|
Op deze bladzijde vind je tips, gedichtjes, spreuken, verhaal en liedjes, |
|
|
|
|
|
Songs |
| *The Red Hat Sunshine Song |
| * Lady in Red |
|
|
| Gedichten |
| * Tea |
| * Learning to dance in the rain |
| * Stof |
|
* Ode to the Red Hat Society by Sue Ellen Cooper |
|
|
|
The Story Of Red |
|
|
The Story Of Purple |
|
|
|
Het volgende gedicht is al in verschillende bladen gepubliceerd.
Toen de eerste rimpels kwamen was ik in paniek,
|
|
|
|
Als de hemel naar beneden komt hebben we allemaal een blauwe hoed op. Gezegde na een onwaarschijnlijk argument. |
|
Aprilletje zoet geeft toch nog wel eens een witte hoed. In de maand april is toch nog sneeuw mogelijk. |
|
Beter een brood in de zak dan een pluim op een hoed. Van complimenten kan men niets leren. |
|
Daar neem ik mijn hoed voor af. Daar heb ik waardering, ontzag voor. |
![]() |
|
De ene slaat de nagel in, en de andere hangt er zijn hoed aan. Wanneer iemand het werk verricht heeft, maar een ander de pluim op zijn hoed steekt. |
|
Die het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben. Iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen. |
|
Ergens je hoed voor afnemen. Ergens bewondering voor hebben. |
|
Het is hoed. Het is verkeerd afgelopen. |
![]() |
|
Zij is onder een hoedje te vangen. Zij is zeer stil en gedwee. |
|
Zij heeft een mus onder zijn hoed. Zij weigert om iemand te groeten. |
|
Zij heeft voor elk verhaal een hoed. Een boeiende verteller. |
|
Hij draagt zijn hoed op drie haartjes. Hij is nogal losbandig. |
|
Hoed af voor het verleden, jas uit voor de toekomst. Aanpakken! |
![]() |
|
Iemand een veer (pluim) op de hoed steken. Iemand een compliment maken. |
|
Iets uit je hoed toveren. Er onverwacht mee voor de dag komen. |
|
Je hoed niet afnemen voor je gegroet wordt. Iemand niet in de rede vallen. |
|
Met de hoed in de hand komt men door het ganse land, (maar met je pet op je test kom je er ook best). Met beleefdheid kan men veel bereiken. |
|
Onder één hoedje spelen. Elkaar helpen of heimelijk samenwerken. |
![]() |
|
Van de hoed en de rand weten. Er alles vanaf weten. |
|
Zich een hoedje lachen. Hard lachen. |
|
Zich een hoedje schrikken. Heel erg schrikken. |
|
Haar hoed staat op halfzeven. Zij is dronken. Haar hoed staat scheef. |
|
Haar hoed zit altijd op haar hoofd. Zij groet nooit iemand. |
|
Zo vast als een muts met zeven keelbanden. Zeer vast. |
![]() |
| Als de hoed groot is, zit er veel lucht in het hoofd. |
![]() |
|
Er is niets veranderlijkers op aarde dan een vrouwelijk hoofddeksel. (Uitspraak: Joseph Addison) |
![]() |
|
Veel mensen rennen het geluk achterna als een verstrooide vrouw die zenuwachtig haar hoed zoekt, terwijl zij hem al die tijd op haar hoofd of in haar hand heeft. (Uitspraak: Sidney Smith) |
![]() |