De dijk kwam er in 1932. Geprofeteerd werd, dat dit de genadeslag voor Volendam zou betekenen. De hardwerkende Volendamse vissers kenden evenwel heel goed het gezegde: “Als het getij verloopt, verzet men de bakens”. Het gevolg was, dat slechts een klein gedeelte van hen bleef varen.
Het overgrote deel van de bevolking verdient nu het dagelijks brood in de industrie en bouwnijverheid, waarbij watersport en toerisme ook niet onvermeld mogen blijven. Volendam was vijf eeuwen lang niet meer dan een vergeten vissersdorp aan de Zuiderzee. Het kan daardoor niet bogen op een grote rijkdom aan monumenten, doch door een haast volkomen isolement konden zich hier de oude gewoonten en de klederdrachten handhaven en werden die een monument op zich.
Hoewel de kom Volendam altijd deel
heeft uitgemaakt van de gemeente,
was de naam van de gemeente van zo
omstreeks de 12e/13e eeuw af Edam.
Sinds 1900 is de kom Volendam echter
enorm uitgebreid en de stad Edam in
inwonertal ver voorbij gestreefd. In
1974 nam de gemeenteraad daarom het
besluit tot naamswijziging. De Kroon
keurde dit goed, waardoor de namen
van de beide kommen aan elkaar
werden gesmeed.
Vanaf 1 januari 1975 luidt de naam van de gemeente daarom: Edam-Volendam. Omdat het toch niet mogelijk is de beide kommen - zoals de naam zou doen vermoeden - als één geheel te beschrijven, is hierboven voor iedere kom een aparte vermelding.
Het Volendams is een Waterlands
dialect dat alleen in het
Noord-Hollandse dorp Volendam wordt
gesproken.
Voor Nederlands-sprekenden buiten
het dorp is het zuivere dialect
bijna niet te verstaan. Ook sprekers
van andere Waterlandse dialecten
hebben daar in de regel moeite mee.
De letter h wordt niet uitgesproken
(gebeurt dit wel, dan is er invloed
van het standaard Nederlands in het
spel). Als men refereert aan iets
dat komende donderdag gaat gebeuren,
dan zegt men dat meestal als: "Et
gait een donderdag gebeure."
Het is meestal goed te horen als een
Volendammer Nederlands spreekt, en
andersom is het ook goed te horen
als een buitenstaander (of jas zoals
de Volendammers mensen noemen die
niet in het dorp zijn geboren)
Volendams probeert te spreken.
Het Volendams heeft zijn unieke
karakter te danken aan het isolement
waarin Volendam eeuwenlang lag.
Hierdoor konden zich veel typische
klanken ontwikkelen, zoals de
geronde eu voor de gewone Hollandse
eej en de wijde ai voor eê. Er zijn,
net als in het Enkhuizens, veel
invloeden uit de dialecten van
andere visserplaatsen rond de
voormalige Zuiderzee.
Heel bijzonder is het voorkomen van umlaut in de verkleinwoorden: het Volendams is het enige Hollandse/westelijke dialect waarin dit voorkomt (kop - köppie). Deze eigenaardigheid is vermoedelijk in de negentiende eeuw geïntroduceerd door katholieke inwijkelingen van Schokland, die na de ontruiming van hun eiland in 1859 naar Volendam verhuisden, en hun dialect, het Schokkers, meebrachten.



